Blog / Preventie | 7 Januari 2026

Rijden met sneeuw en ijs: hoe kom jij veilig op bestemming?

Auteur: Tim Swanborn

Winterse omstandigheden kunnen prachtig zijn om door te rijden, maar ze zorgen ook voor onzekerheid bij veel bestuurders. Slecht zicht, ijs en sneeuw maken de weg onvoorspelbaar. Goede voorbereiding en de juiste techniek zijn daarom belangrijk. Met deze tips rijd je veiliger en zelfverzekerder de winterse weg op.

Foto FRM Tim Swanborn RRP. Dagali Noorwegen 2008

Vanuit mijn tijd in Dagali, Noorwegen, waarin ik tussen 2005 en 2015 sneeuw- en ijstrainingen gaf aan directiechauffeurs, weet ik uit ervaring: je moet op ijs kunnen racen, wil je erop kunnen rijden. Waarom komen Noren wél door de bocht en op hun werk? Omdat zij zowel in de zomer (op gravel) als in de winter (op sneeuw) glijden en slippen. Ze hebben veel ervaring met voertuigbeheersing en rijden vaak op Nokian winterbanden, speciaal ontworpen voor strenge winters. Deze zouden bij ons te snel slijten door een gebrek aan sneeuw. Nog een verschil: in Noorwegen heb je geen vangrails, maar sneeuwbanken. Die zijn vaak bevroren als staal, maar het mooie is: je gaat er niet tegen een boom of in de sloot. Dat geeft vertrouwen en durf om harder te rijden. Maar het begint allemaal met een goede voertuigbeheersing. Wie weet hoe zijn auto reageert op sneeuw en ijs, voelt zich veel zekerder achter het stuur. Toch start zelfs de meest ervaren bestuurder niet zonder een goede voorbereiding.

Wie veilig de weg op wil, checkt niet alleen de weerscode en zijn route, maar denkt ook aan zijn uitrusting. Let op: hier komen wellicht wat open deuren, maar ik trap ze graag in voor de vele bestuurders die dit toch nog niet weten of vergeten zijn:

  1. Check je banden: winterbanden, all-season banden (of minimaal nieuwe zomerbanden) geven meer grip en stabiliteit op gladde wegen. Een wat lagere bandenspanning kan ook helpen bij meer grip.
  2. Een ruitenkrabber, slotontdooier en een voorverwarm-app zijn je beste vriend: kleine hulpmiddelen maken grote verschillen bij ijzige ochtenden of bevroren sloten.
  3. Haal sneeuw ook van het dak: rem je plotseling en ligt er sneeuw bovenop, dan zie je niets meer. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren voor jou en anderen.
  4. Zorg dat je ruitensproeier-antivries aanvult/bij je hebt: zo bevriest je sproeiwater niet en houd je altijd goed zicht, zelfs op de koudste ochtenden.
  5. Leg een doekje in je portier: daarmee kun je de achteruitrijcamera schoonmaken en heb je ook achteruit goed zicht.
  6. Doe je dikke winterjas uit: een gordel werkt beter zonder dikke jas. Wil je toch warm blijven? Stop een deken of slaapzak in de auto.
  7. Leg een zonnebril in je auto: laagstaande zon en dooiwater beperken je zicht waarbij een zonneklep helaas niet altijd helpt.
  8. Zet de verwarming niet op de voorruit: opspattend zout van het strooien op de weg droogt dan snel op en laat een waas achter. Dat verslechtert je zicht en zorgt dat je vaker moet sproeien.
  9. Verlaag je regeneratie: zo rolt de auto met weinig rolweerstand, verlies je snelheid geleidelijk en voorkom je slippen.

In winterse omstandigheden begint veilig rijden met afstand houden. Om die afstand in te schatten hanteer je een simpele methode: tellen. Rijdt je voorganger bijvoorbeeld onder een viaduct door, dan tel je rustig: eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig en soms zelfs vierentwintig, tot je er zelf onderdoor rijdt. Zo heb je bij elke snelheid voldoende stopafstand, bestaande uit reactietijd en remweg. Vergeet niet dat bij een verdubbeling van je snelheid de remweg verviervoudigt. En wat veel mensen onderschatten: in de laatste vijf meter van je remweg haal je nog steeds ongeveer 50% van je oorspronkelijke snelheid eruit. Juist daar gaat het vaak mis.

Met (winter)banden heb je vaak meer grip in sneeuw dan op ijs. Soms helpt het zelfs om nét uit het spoor te sturen en bewust de sneeuw op te zoeken om beter te kunnen remmen. Pas vooral op voor wat de Noren black ice noemen, ofwel ijzel. Dit ontstaat wanneer dooiwater, vaak vermengd met zout, opnieuw bevriest bij weinig verkeer en minder zon. In zulke situaties is het spiegelglad en ben je vaak beter af door in de sneeuw te remmen dan op het ijs.

Rem voor de bocht, voor het sturen, en zorg ervoor dat je niet hoeft te remmen als je gestuurd hebt. Remmen terwijl je al stuurt vergroot de kans op glijden. Ga dus zo langzaam de bocht in dat je er met licht ondersteunend gas of stroom weer uit kunt rijden. Kijk ook waar je remt. Als iedereen laat voor dezelfde bocht remt, wordt de sneeuw daar ingedrukt en verandert het wegdek juist in een gladde ijsplek.

Pompend remmen is niet nodig. De meeste auto’s (ook van 15 jaar oud) hebben elektronische stabiliteitscontrole die blokkerende en slippende wielen corrigeren. Trap op de rem en laat de techniek het werk doen.

Hetzelfde principe geldt bij rijstrookwissels. Door sneeuwhopen rijden doe je niet met het gas of de stroom volledig los. De weerstand van de sneeuw remt de auto af, waardoor hij uit lijn raakt en je moet corrigeren. Wissel daarom rustig van rijstrook met licht ondersteunend gas of stroom, zodat de auto stabiel en recht door de sneeuw heen blijft bewegen. Rijd je elektrisch, beperk dan bij winterse omstandigheden de regeneratie. Te veel afremmen op de motor kan onverwacht grip kosten.

Raak je toch in een slip, haal dan eerst de aandrijving weg. Gas of stroom los is meestal voldoende, zolang de regeneratie niet te sterk is. Laat de auto geleidelijk snelheid verliezen op de motor. Trap niet meteen de koppeling in, want dan neem je juist de stabiliteit weg. Alleen bij zeer extreme gladheid, zoals ijzel, kan het nodig zijn. Bij een automaat is gas los genoeg. Minstens zo belangrijk: kijk waar je naartoe wilt. De auto volgt je blik. Kijk je naar het obstakel, dan stuur je er vaak onbewust naartoe. Kijk dus langs het gevaar en focus op je vluchtweg. Stuur snel en doelgericht tegen, niet overdreven en niet te traag.

Kom je in de berm terecht, stuur dan niet abrupt terug de weg op. Haal eerst snelheid eruit en stuur pas daarna heel voorzichtig, bijna recht, terug naar het asfalt. Zo voorkom je dat je met te veel stuurcorrectie doorschiet naar de andere kant van de weg.

Wil je dit alles voorkomen, ga dan op tijd weg. Plan voldoende reistijd in, ken je alternatieve routes en zorg dat je het telefoonnummer van je afspraak bij de hand hebt. En soms is de beste keuze simpelweg: kom te laat, of ga terug.

In 2026 publiceer ik - naast collega bloggers Milou WatersHerbert-Jan van Dijk, Ashley Sadiqova en Erik Boertjes - regelmatig content met relevante inhoud voor klanten en partners op de website van Commercial Motor en mijn eigen zakelijke LinkedIn.

 

 

Verken onze nieuwe website, klik hieronder om een kijkje te nemen!