Blog / Preventie | 28 Mei 2026

Vier motivaties voor schadepreventie en een duurzaam wagenpark

Auteur: Tim Swanborn

Waarom zou een onderneming investeren in schadepreventie? Ons Fleet Risk Management team komt jaarlijks bij zo’n 300 klanten over de vloer om precies die vraag te beantwoorden. Samen met mijn collega’s Tom Velthuis en René Brand spreek ik dagelijks ondernemers, wagenparkbeheerders, bestuurders en chauffeurs over hun wagenpark, risico’s en schadepreventie.

Schades kosten vaak veel geld, maar preventie raakt meer dan alleen de schadelast. Het gaat ook om de inzetbaarheid van voertuigen en personeel, de continuïteit van de organisatie en de maatschappelijke impact van mobiliteit. Want elke schade die je voorkomt, voorkomt niet alleen stilstand en verspilling, maar verkleint ook de kans op ongevallen en de impact daarvan op mensen. Schade rijden is simpelweg niet duurzaam en juist in een tijd waarin duurzaamheid belangrijker is dan ooit, krijgt preventie een nog bredere betekenis.

Maar hoe overtuig je een organisatie met een wagenpark om hier echt mee aan de slag te gaan? In deze blog ga ik in op vier belangrijke motivaties voor schadepreventie en een duurzaam wagenpark.

De eerste motivatie om met schadepreventie aan de slag te gaan wordt vaak onderschat, namelijk onze wetgeving. Een uitspraak die ik regelmatig gebruik in gesprekken met wagenparkbeheerders en bestuurders is: “Gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen.” Je bent namelijk vaak aansprakelijk bij een aanrijding, ook wanneer je denkt in je recht te staan.

Een goed voorbeeld is artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW), dat kwetsbare verkeersdeelnemers beschermt, zoals fietsers en voetgangers. Wanneer een gemotoriseerd voertuig betrokken is bij een ongeval met een niet‑gemotoriseerde verkeersdeelnemer, ligt de aansprakelijkheid in veel gevallen (grotendeels) bij de bestuurder of eigenaar van het motorvoertuig. Dat kan wringen, zeker wanneer de tegenpartij onverwacht of onjuist gedrag vertoont. Denk bijvoorbeeld aan een fatbike die plotseling over een zebrapad fietst. De eerste reactie is vaak irritatie, maar wanneer je niet op tijd anticipeert, ligt de aansprakelijkheid bij jou.

Een ander voorbeeld is het Voertuigreglement (artikel 5) dat zegt dat bestuurders vrij zicht moeten hebben door ruiten en correct afgestelde spiegels. In de praktijk wordt dit nog wel eens onderschat, terwijl overtreding niet alleen kan leiden tot boetes, maar ook tot aansprakelijkheid bij een aanrijding. Bij een ernstig ongeval met letsel wordt vaak de VOA (Verkeersongevallenanalyse) politiedienst ingeschakeld, die onder andere zichtbelemmering onderzoekt. Bestuurders schrikken ervan hoe snel zij juridisch als verdachte kunnen worden aangemerkt, soms met ontzegging van de rijbevoegdheid of zelfs een gevangenisstraf als gevolg.

Wetgeving heeft dus directe invloed op je operatie, kosten en schadelast. Juist daarom is schadepreventie essentieel: om medewerkers en materieel inzetbaar te houden en je wagenpark duurzaam te laten functioneren.

Een tweede belangrijke motivatie is de financiële impact van schade. Voor veel ondernemers zijn de zichtbare kosten van een schade vooral de premie en het eigen risico. Maar ook daar wordt vaak te eenvoudig over gedacht.

Een transportbedrijf kan het eigen risico bijvoorbeeld niet zomaar meenemen in de kilometerprijs zonder zichzelf uit de markt te prijzen. Dat betekent dat deze kosten direct uit de brutowinst moeten komen. Kijk je naar de marges in de sector, dan wordt de impact snel duidelijk. Bij een eigen risico van €5.000 en een bedrijfsrendement van 5% moet een organisatie €100.000 extra omzet realiseren om dit terug te verdienen. Eén voertuig realiseert gemiddeld €750 per dag, wat neerkomt op ruim 130 werkdagen, oftewel meer dan een half jaar werk, om het eigen risico van één schade terug te verdienen.

En dan hebben we het alleen nog maar over de zichtbare kosten gehad. In de praktijk zit een groot deel van de impact juist in zaken als het aannemen en registreren van de schade, het inleveren van het schadeformulier (beide kanten) en de daarbij gemaakte foto’s, en het wegbrengen en ophalen bij de schadehersteller. Al deze activiteiten kosten tijd, capaciteit en geld. Uit berekeningen in de sector blijkt dat deze indirecte kosten gemiddeld oplopen tot €2.000 per schade, die de organisatie zelf moet bekostigen.

De werkelijke kosten van een schade liggen dus aanzienlijk hoger dan vaak wordt aangenomen. Ook hier zien we dat schadepreventie direct samenhangt met de duurzaamheid van je bedrijfsvoering. Het gaat niet alleen om een bedrag op de factuur, maar de directe impact op je rendement en je mogelijkheden om te investeren in je organisatie. Maar misschien nog belangrijker: achter elke schade zit uiteindelijk ook een incident met impact op mensen. En die impact gaat verder dan alleen uren en euro’s.

Uiteindelijk gaat het bij elke schade niet alleen om materieel of kosten, maar ook om de emotionele en fysieke lasten voor mensen. De derde motivatie is dan ook niet de minste, namelijk de verkeersveiligheid.

De cijfers laten zien hoe groot de impact is. Volgens het SWOV vielen er in 2025 in Nederland 759 verkeersdoden. Daarnaast raakten volgens de meest recente cijfers in 2024 ongeveer 7.800 mensen ernstig gewond, bijvoorbeeld door een ongeval waarbij zij met een ambulance of traumahelikopter moesten worden afgevoerd. Daarbovenop zijn er nog eens 18.800 matig verkeersgewonden en meer dan 113.000 mensen die na een aanrijding bij de spoedeisende hulp terechtkwamen.

Dat betekent dat er, ondanks de goede infrastructuur en het goed onderhouden wagenpark dat wij in Nederland hebben, nog altijd een groot aantal incidenten plaatsvindt in het verkeer. Dat maakt verkeersveiligheid een belangrijk aandachtspunt voor iedere organisatie met een wagenpark.

Voor ondernemers speelt dit niet alleen in de maatschappij, maar ook binnen de eigen organisatie. Wanneer een medewerker betrokken raakt bij een ongeval, kan dat leiden tot lichamelijk en mentaal letsel, uitval en langdurig ziekteverzuim. Ook stel ik de ondernemer vaak de vraag: zou je het telefoontje willen moeten maken naar de partner of familie van een medewerker, dat je aan het begin van de dag 140 voertuigen had en aan het einde van de dag nog maar 139? Niemand wil dat gesprek voeren.

Een aanrijding raakt dus meer dan alleen het voertuig: het heeft directe gevolgen voor de inzetbaarheid van personeel, de continuïteit van de organisatie en de druk op collega’s. Schadepreventie is essentieel om medewerkers inzetbaar te houden en ervoor te zorgen dat zij én hun medeweggebruikers weer veilig thuiskomen.

De vierde motivatie gaat over iets dat steeds zwaarder weegt: je maatschappelijke verantwoordelijkheid en hoe de buitenwereld naar je organisatie kijkt.

Elke schade die je rijdt is simpelweg niet duurzaam. Het gaat niet alleen om de deuk in je bumper, maar om alles wat daarachter zit: vervangende onderdelen die geproduceerd en getransporteerd moeten worden, de uitstoot die daarbij vrijkomt en de verspilling van grondstoffen en materialen. Tegelijkertijd werkt het ook andersom: bewust en veilig rijgedrag verlaagt bij brandstofauto's de uitstoot, en vergroot bij elektrische voertuigen de actieradius. Schadepreventie is dus niet alleen schade voorkomen, het is actief bijdragen aan duurzamere mobiliteit.

En die bijdrage wordt steeds zichtbaarder. Met de komst van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de groeiende aandacht voor ESG-criteria en de verplichtingen vanuit de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) wordt van organisaties verwacht dat zij rapporteren over uitstoot, risico’s, verkeersveiligheid en maatschappelijke impact. Een schadepreventieprogramma is daarbij aantoonbaar beleid waarmee je laat zien dat je (duurzaamheids)risico's actief beheert. Door gebruik te maken van schadedata en rijstijlinzichten kun je richting geven aan beleid en strategie, en direct inzetten voor rapportages en verantwoording.

Maar het gaat verder dan rapporteren alleen. Opdrachtgevers, overheden en partners kijken steeds kritischer naar met wie zij in zee gaan. Een veilig en schadevrij wagenpark straalt professionaliteit en verantwoordelijkheid uit. Niet-geëvalueerde kosten van een schade zijn namelijk ook reputatieschade bij opdrachtgevers en een verslechterde houding van overheden tegenover je organisatie. En dan is er nog social media. Dat biedt kansen om je duurzame inzet zichtbaar te maken, maar het is ook een tweesnijdend zwaard. Hoelang duurt het voordat je op internet staat? Seconden. Hoe lang voordat je er weer af bent? Nooit meer. Schadepreventie helpt je dus om in te spelen op de belangen en verwachtingen van de maatschappij, versterkt je positie in de markt en komt je imago structureel ten goede.

Er zijn dus verschillende motivaties om met schadepreventie aan de slag te gaan, van wetgeving en kosten tot verkeersveiligheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de praktijk zien we dat deze motivaties bij elke organisatie anders wegen. Daarom leveren wij maatwerk.

Het plan van aanpak (lees schadepreventieplan) als onderdeel van het Allianz Fleet Risk Management programma voorziet niet alleen in een beleidsmatige invulling van schadepreventie, maar ook in het duurzaam inzetten van mens en materieel. Binnen ons programma werken wij met vijf kernonderwerpen: bewustwording, mens en gedrag, materieel, variabele kosten en regelgeving. Al deze onderwerpen zijn op maat in te vullen voor alle typen wagenparken van leasing tot personen- en goederenvervoer.

Bent u verzekerd bij Allianz en wilt u weten wat wij voor uw wagenpark kunnen betekenen? Neem dan contact op met uw tussenpersoon of makelaar. Wij gaan graag het gesprek aan. Onze diensten zijn gratis, maar zeker niet voor niets 😉. Want wie vandaag investeert in preventie, rijdt morgen veiliger, voordeliger én duurzamer.

In 2026 publiceer ik - naast collega bloggers Milou WatersHerbert-Jan van Dijk, Ashley Sadiqova en Erik Boertjes - regelmatig content met relevante inhoud voor klanten en partners op de website van Commercial Motor en mijn eigen zakelijke LinkedIn.

 

 

Verken onze nieuwe website, klik hieronder om een kijkje te nemen!