Hoe bouw je nu als dga een pensioen op?

|

Sinds 1 juli 2017 is het voor de directeur-grootaandeelhouder niet meer toegestaan om pensioen in eigen beheer op te bouwen. De fiscale motieven om pensioen op te bouwen zijn daarmee verdwenen. Kun je je als dga nu aansluiten bij de meer dan een miljoen zzp’ers die ook wel ‘zelfstandigen zonder pensioen’ worden genoemd?

Blog

Zeer beperkte spaardiscipline

Voor veel dga’s was de opbouw van pensioen in eigen beheer iets wat ze deden uit fiscale motieven. Met andere woorden:  ze zetten geld opzij vanwege het belastingvoordeel. De gedachte aan pensioen opbouwen voor later stond ver op de achtergrond. Dat is pijnlijk gebleken uit de cijfers. Bijna 60% van de BV’s had niet genoeg vermogen om het pensioen te dekken. Veel dga’s  hebben dus  net als de gemiddelde Nederlander een zeer beperkte spaardiscipline en geven de voorkeur aan nu consumeren boven sparen voor de lange termijn.

Pensioen opbouwen in een lijfrentevoorziening (box 1)

Ben jij ook zo’n dga die niet nadenkt over het pensioen? Dat is jammer. Want er zijn voldoende mogelijkheden om pensioen op te bouwen. Om te beginnen kun je, net als iedere Nederlander, jaarlijks maximaal 13,8% van je inkomen (maximaal  € 103.317,-) als lijfrentevoorziening opzijzetten , minus  een franchisebedrag van € 12.032,-. In 2017 geldt een maximum van € 12.598,- dat je opzij kunt zetten.

Vermogen opbouwen in box 3

Je kunt ook privé-vermogen in box 3 opbouwen, zoals iedere andere Nederlander. Dit kun je doen door te sparen of te beleggen. Nadeel is dat dit meteen belast is. Beneden de € 75.000,- is de belasting 0,8613%. Daarboven is de belastingheffing 1,38%. En boven een vermogen van € 975.000 is dit 1,617%. Dit percentage is soms al hoger dan de rente op de spaarrekening. En dan heb ik het nog niet eens over de jaarlijkse inflatie.

En kies je voor beleggen, dan moet je,  samen met de kosten van vermogensbeheer, eerst meer dan 3% goedmaken voordat je daadwerkelijk iets opbouwt. Alleen  als je zelf belegt,  vermijd je de kosten van vermogensbeheer. Zelf beleggen is echter voor de meeste Nederlanders niet weggelegd. Uit internationaal onderzoek van Allianz blijkt dat het niet goed gesteld is met de financiële geletterdheid. Dus voor zelf beleggen is meestal niet voldoende kennis aanwezig.

Dezelfde hindernis geldt voor het opbouwen van vermogen in de BV. De meeste dga’s zullen hiervoor kiezen. Er is geen box-3-heffing en vennootschapsbelasting is pas van toepassing op de gemaakte rendementen zodra deze gerealiseerd worden. De kosten van vermogensbeheer blijven echter.

Vermogen opbouwen bij een verzekeraar

Tot slot heb je de mogelijkheid om pensioen op te bouwen bij een verzekeraar, zoals iedere andere werknemer. Je kunt je misschien aansluiten bij de pensioenregeling die je  BV voor je werknemers heeft geregeld. Als dat niet kan, ben je aangewezen op een beschikbare premieregeling op basis van het staffelbesluit. Is dat erg? Ik denk het niet. Het is voor een dga zelfs beter. Zo weet je precies wat er aan premie betaald moet worden. En tegenwoordig zijn beschikbare premieregelingen zeer gunstig geprijsd, zelfs voor individuele regelingen. De total cost of ownership (TCO) is tussen de 0,4% en 0,6%, met vaste poliskosten van € 12,- tot € 20,- per maand. Dat is veelal goedkoper dan beleggen via een vermogensbeheerder of een bank. En dan krijg je er bij een verzekeraar nog een lifecycle zonder extra kosten bij. Lifecycle-beleggingen zijn beleggingen waarbij steeds meer risico wordt gemeden naarmate de pensioendatum nadert. Er wordt dus steeds veiliger belegd.

Vermogen opbouwen binnen de BV

Die lage kosten voor een pensioenregeling bij een verzekeraar openen perspectieven voor een andere mogelijkheid. Stel je voor dat je binnen de BV vermogen op kan bouwen tegen de kostenstructuur zoals die voor bovenvermelde pensioenregeling geldt. Veel dga’s zouden hiermee geholpen zijn in hun vermogensopbouw. Je hebt een periodieke premie waardoor je spaardiscipline toeneemt.  En risicodekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid kun je meenemen. De kosten zijn lager dan die van een vermogensbeheerder, lifecycles zorgen voor eenzelfde veiligheid als voor je werknemers. Rendementen worden pas belast bij realisering van de rendementen. En ten slotte: je vermogen blijft beschikbaar voor je BV. Je BV is verzekeringnemer en de waarde van je verzekeringspolis komt dus op de balans te staan.