Allianz Global Wealth Report: Nederland stijgt op wereldranglijst rijkste landen

  • Nederlandse huishoudens goed in slim sparen
  • Wereldwijd toename van financiële activa met meer dan 7%

Nederland maakt een sprong naar boven op de wereldranglijst van rijkste landen en stijgt van plek negen naar acht. Met een gemiddeld netto vermogen van 87.980 euro in 2016 gaan Nederlanders er financieel iets op vooruit. Het rijkste land ter wereld is de Verenigde Staten. Zwitserland is de runner-up en Japan staat op een derde plek.

Dat blijkt uit het achtste Global Wealth Report van verzekeraar Allianz, waarin het vermogen en de schulden van huishoudens in meer dan 50 landen zijn geanalyseerd. Hieruit blijkt dat het wereldwijde particuliere vermogen in 2016 met 7,1% is toegenomen, wat ongeveer gelijk is aan het gemiddelde na de crisis. Er is dus sprake van een toename in vermogen ondanks een politiek turbulent 2016. Wereldwijd stegen de financiële activa tot een nieuw record van bijna 170 miljard euro.

Nederland enige eurozone-land in top 10

Nederland is het enige land uit de eurozone dat nog in de top 10 van rijkste landen staat, zowel voor het netto- als het brutovermogen. Deze hoge ranking van Nederlandse huishoudens is met name te danken aan hun portefeuillestructuur, waarin een bovengemiddeld percentage aan verzekeringspolissen en pensioenen is opgenomen. Als de contante waarden van staatspensioenen zouden worden toegevoegd aan de netto financiële activa, dan zou de positie van de Nederlandse huishoudens vergeleken met andere eurolanden veel lager zijn.

Top 20 rijkste landen in 2016

Financiële activa per land zowel netto (tabel links) als bruto (tabel rechts)

 

Netto financiële activa per hoofd van de bevolking

 

 

Bruto financiële activa per hoofd van de bevolking

 

 

in EUR

j-o-j in %

positie
2000

 

 

in EUR

y-o-y in %

positie
2000

 #1   VS

177,210

5,8

2

 

 #1   Zwitserland

268,840

2,4

1

 #2   Zwitserland

175,720

2,7

1

 

 #2   VS

221,690

5,1

2

 #3   Japan

96,890

1,8

3

 

 #3   Denemarken

146,490

2,2

7

 #4   Zweden

95,050

7,0

14

 

 #4   Nederland

137,540

6,0

5

 #5   Taiwan

92,360

9,6

12

 

 #5   Zweden

136,270

6,6

14

 #6   België

92,080

4,3

4

 

 #6   Australië

133,010

6,9

13

 #7   Singapore

89,570

7,9

15

 

 #7   Canada

128,510

6,6

8

 #8   Nederland

87,980

9,4

9

 

 #8   Singapore

126,640

5,8

9

 #9   Canada

87,590

7,8

8

 

 #9   Japan

118,950

1,9

3

 #10 Nieuw-Zeeland

86,030

0,6

7

 

 #10 Verenigd Koninkrijk

116,570

7,3

6

 #11 Verenigd Koninkrijk

84,080

8,6

5

 

 #11 België

115,430

4,1

4

 #12 Denemarken

81,590

2,8

13

 

 #12 Nieuw- Zeeland

113,660

2,1

10

 #13 Israël

73,330

5,4

10

 

 #13 Taiwan

111,310

8,7

16

 #14 Australië

67,390

8,8

19

 

 #14 Noorwegen

93,640

4,9

20

 #15 Frankrijk

56,040

6,3

11

 

 #15 Israël

91,830

5,3

18

 #16 Italië

54,530

0,2

6

 

 #16 Frankrijk

78,840

5,0

12

 #17 Oostenrijk

51,980

2,0

17

 

 #17 Ierland

77,860

2,4

15

 #18 Duitsland

49,760

5,2

18

 

 #18 Oostenrijk

73,160

2,4

19

 #19 Ierland

45,100

6,6

16

 

 #19 Duitsland

70,350

4,5

17

 #20 Finland

28,650

4,8

20

 

 #20 Italië

70,130

0,4

11

Aandelenmarkten stimuleren groei; spaarders kiezen liever voor de bank

De positieve groei van vorig jaar is in grote mate te danken aan de enorme prijsstijging op aandelenmarkten, met name in de geïndustrialiseerde landen. Bijna 70% van de groei in activa vorig jaar was toe te kennen aan de waardeveranderingen van portefeuilles. Slechts 30% was te danken aan oorspronkelijke besparingen. Het jaar daarvoor was dit juist omgekeerd. ”De wijze waarop huishoudens sparen is verrassend. We zien dat het spaargedrag van particuliere investeerders nog steeds risicomijdend is,” aldus Michael Heise, chief economist bij Allianz. Privéspaarders verkochten meer waardepapieren dan ze kochten, maar plaatsten twee derde van de fondsen op de bank - een nieuw record.

“Terwijl de financiële activa de afgelopen jaren sterk zijn gegroeid, voornamelijk dankzij de goede prestaties op effectenmarkten, wordt nieuw geld in de meeste gevallen nog op bankrekeningen gezet, vooral in geïndustrialiseerde landen. Hiermee lopen ze niet alleen winst mis, maar lijken ze ook echt waarde te verliezen: alleen al in 2016 verloren de spaarders naar verwachting ongeveer 300 miljard euro wegens inflatie. Met de stijgende inflatie zou dit cijfer dit jaar tweemaal zo hoog kunnen worden. Voor de beslissers in de financiële industrie, de economie en de politiek is het oplossen van deze paradox een van de grootste uitdagingen de komende jaren. De vraag die daarbij centraal staat is: hoe creëren we een omgeving waarbij huishoudens niet enkel sparen maar ook investeren, en zorgen we tegelijkertijd voor een langetermijnvisie en fatsoenlijke rendementen? Vanwege de opgebouwde ouderdomsvoorzieningen in de loop er jaren en de noodzaak om te zorgen voor een toename in daadwerkelijke investeringen in onze economie, worden de mondiale financiële kansen nog onvoldoende benut.”

Nederlandse huishoudens sparen slim

In Nederland groeiden de netto financiële activa in 2016 met 9,7%. Dat is niet alleen een verdubbeling van vorig jaar maar ook boven het gemiddelde van de eurozone (+ 4,6%). Deze groei is het gevolg van twee verschillende ontwikkelingen: enerzijds bleven de passiva in stabiel, met een groei van minder dan 1%. Daarmee toonden de Nederlandse huishoudens voor het zesde jaar op rij een strenge schulddiscipline, waardoor de schuldquote sinds de financiële crisis met bijna 10 procentpunten daalde. Met 121% is het echter nog steeds een van de hoogste in Europa. Anderzijds steeg de groei van de financiële activa naar 6,3%, wat een sterke prestatie van verzekerings- en pensioenactiviteiten aangeeft.

De goede financiële prestaties van de Nederlandse huishoudens staat niet op zichzelf; sinds 2012 boekt ons land goede resultaten en scoort het hoger dan het gemiddelde van de eurozone. Dit dankt Nederland aan een strikte schulddiscipline sinds de financiële crisis. Het weerspiegelt tevens een hoog rendement op financiële activa over deze periode, die 6,3% hoger was dan in de meeste andere landen, bijvoorbeeld Duitsland (3,4%) of Frankrijk (4,6%). Ook de waardeveranderingen van portefeuilles vertegenwoordigden bijna 80% van de activagroei in Nederland, maar minder dan 60% in de eurozone als geheel.

Terwijl de Duitse of de Franse huishoudens hun arbeidsinkomen sparen, is de situatie in Nederland juist andersom: de activa groeien puur door veranderingen in waarde en herinvesteringen van beleggingsinkomsten. Dit gebruiken Nederlanders ook om het inkomen te compenseren. "Op veel plaatsen werken spaarders hard om hun activa te beschermen tegen lage rentetarieven. In Nederland daarentegen werkt geld voor spaarders,” aldus Kathrin Brandmeir, medeauteur van het rapport. “In de afgelopen 5 jaar konden de Nederlandse spaarders ongeveer 130 miljard euro ofwel 7.500 euro per hoofd van hun vastgoedinkomen voor consumptie verbruiken en nog steeds een  vermogensgroei zien. In dit opzicht hebben Nederlandse spaarders het voordeel gehad van de nulrentepolitiek van de ECB, die de vermogensprijzen hoger dreef.”

De activagroei versnelt in industriële landen

Wereldwijd kwam snellere groei in activa voornamelijk uit geïndustrialiseerde landen, waar de groei verdubbelde tot 5,2%. Azië (met uitzondering van Japan) was in 2016 de onbetwiste leider, met een groei van 15%. Ook in een vergelijking op langere termijn is Azië (met uitzondering van Japan) de dominante regio, vooral wanneer ook rekening wordt gehouden met de inflatie. De brutowinst per hoofd van de bevolking in deze regio groeide de laatste decennia met bijna 11% per jaar conform reële condities.

De overige twee opkomende regio's, Latijns-Amerika en Oost-Europa, realiseerden slechts een groei van ongeveer 5%, die meer dan tweemaal zo snel was als de groei in Noord-Amerika (+2,1% reële groei sinds 2006) en West-Europa (+1,4 %). Als gevolg hiervan omvatten deze drie regio's in 2016 zo'n 23% van de wereldwijde bruto financiële activa. Dit aandeel is de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld. Opkomende markten hebben een nog groter gewicht in de groei van activa; 42% van de groei van het laatste decennium kan aan deze groep landen worden toegeschreven. Dit komt grotendeels door de ontwikkeling in China, die sinds 2006 ongeveer 30% van de wereldwijde groei uitmaakte.

Schuld groeit sneller dan de economie

De wereldwijde huishoudelijke verplichtingen zijn in 2016 met 5,5% gestegen, het hoogste groeitempo sinds 2007. Dat betekent dat de schuld ook voor de eerste keer sinds 2009 sneller is gestegen dan de nominale economische output. De wereldwijde schuldquote is gestegen met bijna 1 procentpunt tot 64,6%. Het beeld varieerde echter sterk tussen afzonderlijke regio's.

De groei versnelde licht - beginnend van een modaal niveau - in West- en Oost-Europa en in Noord-Amerika. Latijns-Amerika heeft een verdere daling van de groei ervaren. In Azië (met uitzondering van Japan) steeg de schuldengroei echter scherp met nog eens vier procentpunten tot iets minder dan 17%; bovenaan staan Chinese huishoudens, die hun verplichtingen met 23% zagen dalen. Dat betekent dat deze regio bijna 20% van de wereldwijde privé-verplichtingen omvat (net onder de 41 miljard euro), tegenover minder dan 7% 10 jaar geleden.

“De schuldsituatie in China moet nauwlettend worden gecontroleerd,” aldus Michaela Grimm, mede-auteur van het rapport. "Hoewel de schuldquote van huishoudens nog niet in de gevarenzone ligt, is de dynamiek alarmerend: de ratio is in de afgelopen 5 jaar met 17 procentpunten gestegen en in 2016 alleen met bijna 6 punten - beide cijfers zijn globaal uitmuntend. Ter vergelijking: in de 5 jaar voor de grote financiële crisis steeg de schuldquote in de VS met ongeveer 20 procentpunten. De Chinese toezichthouders moeten niet de fout in gaan door te geloven dat China immuun zou zijn voor een financiële crisis; tijdige tegenmaatregelen zouden beter zijn.”

Ondanks de sterke stijging van de schulden behaalden de netto financiële activa - bruto financiële activa minus schulden – eind 2016 een nieuw wereldwijd record van 128,5 biljoen euro. Dat is een stijging van 7,6% op jaarbasis. Hoewel dit voor de jaren sinds de crisis licht onder het gemiddelde ligt, ligt het ruim boven de groei van 4,8% vorig jaar.

Langzaam betere verdeling rijkdom

De ontwikkeling van de wereldwijde rijkdomsverdeling sinds het begin van het millennium is bepaald door één fenomeen in het bijzonder: ongebreidelde groei in de wereldwijde middenklasse. Het aantal mensen in deze categorie is in deze periode meer dan verdubbeld, van ongeveer 450 miljoen in 2000 tot meer dan 1 miljard vandaag. De overgrote meerderheid van de deelnemers aan de middenklasse is afkomstig uit de rijkere lagere klasse, met bijna 600 miljoen mensen die sinds 2000 de sprong gemaakt hebben.

Ondanks de opkomst van een nieuwe wereldwijde middenklasse is de wereld als geheel nog steeds ver weg van een 'eerlijke' verdeling in rijkdom. Als we de bevolking van de landen die we hebben geanalyseerd, verdelen in groepen van 10%, gebaseerd op netto financiële middelen per hoofd van de bevolking, wordt het duidelijk dat de rijkste 10% van de wereld samen 79% van de netto financiële activa bezit. Desalniettemin was de concentratie van rijkdom net zo hoog als in 2000: 91%.

Arm en rijk nog steeds aparte werelden

De wereldwijde welvaartsdecielen, die de welvaartsgroepen opdelen in tien gelijke stukken, kunnen worden gebruikt om de zogenoemde ’olifantgrafiek’, zo genoemd wegens zijn profiel, te creëren. Deze grafiek toont de inkomstengroei voor elk percentiel van de wereldbevolking. De overeenkomsten met de originele olifantgrafiek vallen niet te ontkennen. In het bijzonder hebben de huishoudens in het bovenste middendeel van de rijkdomsverdeling - de aspirerende middenklasse in opkomende landen - in de afgelopen jaren baat gehad bij de groei van activa. Er is echter een opvallend verschil in het bovenste uiteinde van de distributie. Groei vertraagt aanzienlijk in de 10e deciel, het deciel met het hoogste netto vermogen per hoofd van de bevolking.

“De olifant heeft geen slurf,” aldus Heise. "In tegenstelling tot de inkomenssituatie groeien activa langzamer aan het hogere einde van de schaal dan in het midden. Met betrekking tot een meer gelijkmatige rijkdomsverdeling is dat goed nieuws. Er moeten echter geen illusies zijn over een 'eerlijke wereld'. In de top-deciel zijn de gemiddelde netto financiële middelen per hoofd van de bevolking hoger dan de drempel van 200.000 euro. De rijkste 1% van de wereldwijde bevolking bezit gemiddeld netto financiële activa van ruim 900.000 euro. Arm en rijk zijn nog steeds twee heel aparte werelden.”

grafiek